Om tien voor tien rijdt je collega het terrein af. Je kijkt de auto na tot de achterlichten achter de bocht verdwijnen en draait je om naar een pand waar verder niemand is. De sleutels zitten in je zak, de portofoon staat aan, de eerste ronde begint over twintig minuten. Vanaf dit moment ben jij degene die beslist.
Vrijwel iedere beveiliger kan zich dat moment herinneren, ook twintig jaar later. In deel 1 van deze serie beschreven we het traject tot je eerste werkdag, in deel 2 hoe de opleiding verloopt terwijl je al diensten draait. Dit derde deel gaat over de avond waarop het meelopen ophoudt.
Hoe je bij je eerste zelfstandige dienst terechtkomt
Je eerste zelfstandige dienst als beveiliger is bij ons geen vaste datum in een inwerkschema. Er gaat een periode aan vooraf waarin je meeloopt met collega’s die de locatie kennen: het zogenaamde buddysysteem. Daarna komt er een moment waarop iemand beoordeelt of jij die locatie voldoende beheerst om er alleen te staan.
Dat moment ligt niet vast op een aantal diensten. Sommige locaties zijn na drie keer meelopen helder, andere hebben genoeg uitzonderingen in zich om er veel langer over te doen. Wat wij toetsen, gaat verder dan de rondes en de procedures. De vraag is of je weet welke schoonmaakploeg op vrijdagavond nog binnen is, welke melding elke maandagochtend vanzelf afgaat en welke deur alleen sluit wanneer je hem optilt.
Wij vinden dat het te vroeg alleen laten staan van een nieuwe collega een organisatiefout is, geen leermoment. Wie een situatie tegenkomt waarop niemand hem heeft voorbereid, leert daar zelden iets nuttigs van. Je onthoudt vooral dat je er alleen voor stond.
Alert blijven wanneer er niets gebeurt
Het merkwaardige aan die eerste dienst is dat er meestal helemaal niets aan de hand is. De eerste ronde verloopt precies zoals je hem tien keer eerder hebt gelopen. De deuren zitten dicht, de verlichting brandt waar hij moet branden en de camerabeelden laten een leeg terrein zien.
En toch voelt het anders, omdat er niemand naast je loopt die zegt dat het klopt. Nieuwe collega’s vertellen achteraf vaak dat ze die eerste ronde dubbel zo lang deden, of dat ze terugliepen naar een deur waarvan ze zeker wisten dat hij dicht zat. Voor die onzekerheid hoef je je niet te schamen. Het is de houding die je in dit werk wilt hebben, alleen nog zonder de routine die het tempo erin brengt.
Die houding is meteen de vaardigheid die dit vak in de kern definieert, al wordt die in geen enkele vacaturetekst goed beschreven. De uitdaging is niet het omgaan met de spannende momenten. De uitdaging is dat je op je tweehonderdste ronde nog steeds dezelfde deur controleert met dezelfde aandacht als op je eerste, terwijl je hersenen allang hebben besloten dat er toch nooit iets is.
Ervaren beveiligers ontwikkelen daar hun eigen systemen voor. De een loopt zijn ronde bewust de ene keer met de klok mee en de andere keer tegen de klok in, omdat je dan andere dingen ziet. De ander legt zichzelf op dat hij bij elke controle één ding hardop benoemt. Weer een ander verandert zijn route zodra hij merkt dat hij op de automatische piloot gaat.
Om vier uur ’s nachts wordt dat lastiger. Je lichaam zit dan in het diepste punt van zijn ritme, ongeacht hoeveel koffie erin gaat. Het is ook het uur waarop je je alertheid het hardst nodig hebt. Tijdens de opleiding besteden wij daarom aandacht aan hoe je jezelf door die uren heen werkt.
De eerste beslissing die je alleen neemt
Vroeg of laat, soms in je eerste week en soms pas na twee maanden, staat er iemand voor je die er niet hoort te zijn. Of iemand die er wel hoort te zijn, alleen niet op dat tijdstip en zonder de aanmelding die de procedure voorschrijft.
De chauffeur die om kwart over elf ’s avonds voor het hek staat met een levering die volgens hem morgenochtend besproken is. De medewerker die met een collega uit een ander pand binnen wil, terwijl die collega geen toegangspas heeft. De aannemer die zegt dat hij hier vorige week ook al was. Wat je in de opleiding leert, geeft je het juridische kader. Wat je op dat moment nodig hebt, is de werkinstructie van de locatie.
Bij nieuwe collega’s gaat het op twee manieren mis. De eerste is te streng. Je kent de regels, je bent hier net begonnen en je hebt geleerd dat de procedure de procedure is. Vervolgens laat je een medewerker die hier al twaalf jaar werkt buiten staan omdat hij zijn pas is vergeten, terwijl een telefoontje naar de juiste persoon het in twee minuten had opgelost. Wat volgt is een klacht, een ongemakkelijk gesprek en een collega die zich nu tegen jou heeft gekeerd zonder dat daar reden voor was.
De tweede is te meegaand. Iemand duwt door, is geïrriteerd of gebruikt de zin dat het altijd zo gaat, en jij laat het lopen omdat je de confrontatie liever vermijdt. Dat werkt die avond, waarna je de volgende keer diezelfde situatie tegenkomt met een extra argument tegen je: vorige week mocht het wel.
De weg ertussenin zit hem in bellen. Twijfel je, dan bel je: een beveiliger die om half twaalf zijn leidinggevende belt om een afweging voor te leggen, doet precies wat er van hem wordt verwacht.
Je bent nooit echt alleen
Alleen op een locatie staan betekent bij ons niet dat je er alleen voor staat. Onze meldkamer neemt je meldingen aan, je regioteamleider, contractmanager of piketdienst is bereikbaar en in Dordrecht en Rotterdam rijden onze surveillancewagens continu rond, waardoor er bij een oplopende situatie relatief snel iemand ter plaatse kan zijn.
Dat is voor kandidaten geruststellend en voor opdrachtgevers een van de redenen dat zij voor ons kiezen. Een beveiliger die weet dat er binnen afzienbare tijd hulp kan komen, neemt rustiger beslissingen dan iemand die weet dat hij het in zijn eentje moet oplossen.
Is beveiligingswerk gevaarlijk?
De meeste diensten verlopen zonder enig incident. Wat je in de praktijk het vaakst tegenkomt, is verbale agressie: mensen die boos worden omdat ze ergens niet in mogen, of omdat ze het gevoel hebben dat je ze aanspreekt op iets wat ze niet hebben gedaan. Fysieke situaties komen voor en zijn zeldzaam. De omgang daarmee zit in de opleiding verwerkt.
Wat het risico vooral bepaalt, is het type locatie en het tijdstip. Een kantoorpand op een bedrijventerrein is een andere wereld dan een locatie waar publiek komt. Bij het inplannen kijken wij naar de combinatie van locatie en persoon: wat de een goed afgaat, komt voor de ander te vroeg. Waar jij in je eerste periode terechtkomt, hangt dus af van wat jij aankunt.
Ons standpunt hierin is duidelijk: fysiek ingrijpen doe je alleen wanneer het werkelijk niet anders kan, zoals bij noodweer. In vrijwel alle andere gevallen is terugtrekken, melden en wachten op de politie het juiste antwoord.
Het einde van je dienst
Aan het eind van je dienst leg je vast wat je hebt gezien. Voor veel nieuwe collega’s voelt dat als administratie die bij het werk hoort. Het is in de praktijk het enige deel van je dienst dat de opdrachtgever daadwerkelijk onder ogen krijgt.
De facility manager die om acht uur binnenkomt, leest jouw rapportage van kwart over vijf. Wat daar staat, bepaalt of hij die ochtend actie onderneemt. Een melding dat er iets was bij de zijingang levert hem niets op. Een melding dat de zijdeur om 03.14 uur openstond, dat het slot beschadigd leek en dat er geen sporen van betreding waren, geeft hem genoeg om diezelfde dag een monteur te bellen. Schrijf dus op wat je hebt waargenomen en laat je conclusies weg.
Om zes uur komt je collega binnen voor de dagdienst. Je vertelt wat er is geweest en geeft de sleutels over. Dan loop je naar buiten. Die overdracht is korter dan hij zou moeten zijn, in de hele branche. Kennis gaat het makkelijkst verloren in de minuten waarin de ene collega zijn jas aantrekt en de andere inlogt. Wij besteden daar bewust aandacht aan, omdat een deel van wat er op een locatie speelt nergens in een systeem staat en uitsluitend van mens op mens wordt doorgegeven.
Op de rit naar huis komt bij de meeste mensen dezelfde gedachte langs: dat het meeviel. Er is niets gebeurd. De rondes zijn gelopen en het rapport staat erin. Wat er wel is veranderd, merk je pas een paar diensten later, wanneer je een deur passeert en zonder erover na te denken registreert dat er iets anders is dan gisteren.
In het vierde en laatste deel van deze blogserie kijken we naar wat er daarna komt: de collega’s die na een jaar of drie een andere kant op willen en de wegen die binnen SERIS openstaan. Herken je jezelf in dit soort werk? Via de onderstaande button kom je bij onze vacatures, met per functie het type locatie en de diensten die erbij horen.




